| Free Software Foundation Europe weerlegt beweringen van bedrijvenlobby over Open Software Standaards in voorstel voor een European Interoperability Framework |
|
|
|
| maandag, 18 oktober 2010 02:47 |
|
Op vrijdag 15 oktober beschuldigde de Free Software Foundation Europe (FSFE) de Europese lobbygroup voor Intellectuele Software-Eigendomsrechten, de Business Software Alliance (BSA), van het onder druk zetten van de Europese Commissie. De BSA drong eerder in een geheime brief aan de Commissie krachtig aan op het weghalen van het laatste restje steun voor Open Software Standaards uit de meest recente versie van de Europese "interoperabiliteits-aanbevelingen", het European Interoperability Framework (1).
(door Rob Bleijerveld) De FSFE legde afgelopen week de hand op een kopie van die brief die een uitgebreide analyse bevat over de relatie tussen software standaards en patenten. Op haar beurt analyseert de FSFE de argumentatie van de BSA en legt ze uit waarom die mank gaat en waarom Open Software Standards de sleutel zijn voor interoperabiliteit en concurrentie op de Europese software markt (zie: "Defending open software standards; Open Standards: FSFE refutes BSA's false claims to European Commission", door Gerloff, Piana en Tuke (FSFE), 15 oktober 2010).
1. De verlening van royalty-vrije patentlicenties vergroot participatie en bevordert innovatie in tegenstelling tot wat de BSA beweert. Het internet (www) en W3C (een wereldwijde organisatie die web standaards vaststelt, zoals HTML) zijn voorbeelden van platforms waar op succesvolle wijze innovatie heeft plaatsgevonden zonder dat royalties werden opgelegd, en die hebben geleid tot sterke uitbreiding van deelname. Innovators die toch al verdienen aan hun patenten zouden niet nog meer hoeven op te strijken via een beleid dat verplicht tot het opnemen van patenten in standaards.
2. De voorbeeldstandaards van de BSA zijn niet relevant voor software. De meeste van de wereldwijd gebruikte open specificaties die gepatenteerde innovaties bevatten zijn niet afkomstig van commerciële bedrijven zoals het BSA beweert. In werkelijkheid bevat het overgrote deel van de ongepatenteerde moderne technologie die afkomstig is van commerciële bedrijven wereldwijd toegepaste standaards (als HTML5) waarvan de opbrengsten nog steeds ten goede komen aan de ontwikkelaars. De BSA creëert een "valse tweedeling" tussen conventionele en geaccepteerde zakenmethoden die zij associëren met patenten enerzijds, en niet-zakengerichte, niet-commerciële organisaties die zij associëren met patent-vrije technologie anderzijds. Bij de standaards die het BSA in zijn brief als voorbeeld aanhaalt, gaat het - met uitzondering van MPEG2 - om op hardware gebaseerde technologie. Het verplicht stellen van het vooraf betalen van royalties zou grote hindernissen opwerpen voor marktintrede door de veelal kleine bedrijven die alleen met geringe investeringen software technologie kunnen ontwikkelen. Het zou ook de innovatie verminderen, de concurrentie hinderen en de prijzen voor consumenten en overheidinstellingen opdrijven.
3. De licentieverlening voor patenten in software standaards op basis van (F)RAND-voorwaarden (2) - zoals de BSA voor staat - is oneerlijk en discriminerend. Op het gebied van software standaards discrimineren de (F)RAND-voorwaarden de Vrije Software en alle ondernemersmodellen die daarop zijn gebaseerd, want de meeste veelvuldig gebruikte Vrije Software-licenties staan niet toe dat additionele voorwaarden worden opgelegd aan "downstream ontvangers". Een beleid gebaseerd op (F)RAND is niet-compatible met Vrije Software door de eis dat royalties betaald worden aan de uitvinders. En dat is onredelijk en discriminerend, aldus de FSFE. Daarentegen sluit "zero-royalty" geen eigendomsaanspraken en patentering uit, terwijl technologieën die onder een standaard vallen voor iedereen beschikbaar moeten zijn en blijven zonder dat er royalties worden opgelegd. Daarbij mogen de toepassingen onder elke licentie worden verspreid en mogen ze elke technologie bevatten, mits de standaard gerespecteerd wordt. Voorbeeld is de royaltie-vrije HTML-standaard die in een groot aantal Vrije Software als commerciële browsers wordt gebruikt. Een voorbeeld van innovatiebevordering door concurrentie.
4. BSA is niet representatief voor zijn eigen ledenbestand en zeker niet voor de software-industrie als geheel.
In relatie tot het European Interoperability Framework (EIF) beweert de BSA ondermeer dat "stakeholders de belangrijke verbinding tussen intellectueel eigendomsrecht en standaardisering erkennen als ook dat op FRAND-gebaseerde standaards in hoge mate flexibel zijn en in een brede oplossingsbereik kunnen worden toegepast, zowel open source als eigendomsgerelateerd". De ECIS (European Committee for Interoperable Systems) die belangrijke stakeholders uit de industrie vertegenwoordigt, en waarvan een aantal ook lid zijn van de BSA, beweert echter het tegenovergestelde. De ECIS-leden willen dat de software-interoperabiliteit niet wordt belemmerd door eisen mbt. patent-royalties. Een voorbeeld hiervan: Google droeg in grote mate bij aan zero-royalty standaards met een alternatief voor MPEG dat door de industrie wordt gesteund.
5. Het (F)RAND is niet compatibel met de meeste Vrije Software licenties, zoals de BSA juist wil doen geloven.
Voorbeelden van Vrije Software licenties die niet compatible zijn met een patent-royalty houdend regiem zijn GNU GPL (de licentie waarop de helft van Vrije Software projecten is gebaseerd), LGPL, Mozilla Public License, Apache Public License en EUPL.
6. De aanbevolen voorkeur voor Open Standaards in het EIF heeft in het geheel geen relatie met de onderhandelingspositie van de EU ten opzichte van China.
Volgens de BSA zou de voorkeur voor Open Standaards van de Commissie de positie van Europese patenthouders ondermijnen tegen de achtergrond van aanvallen vanuit China. Dat is niet zo volgens de FSFE; daarbij zijn "zero royalty" standaards niet strijdig met een forse verdediging van patenten, copyright en handelsmerken door de Commissie. Het Amerikaanse handelsministerie liet zich, ondanks een soortgelijke, op een breed publiek gerichte lobbycampagne van een deel van de industrie, niet verleiden tot het opnemen van dergelijke (non-issue) standpunten in het beleid.
7. Restrictie-vrije specificaties bevorderen standaardisering, concurrentie en interoperabiliteit.
De BSA hanteert onbewezen aannames en gaat uit van de "ondermijning van standaardisering, concurrentie en interoperabiliteit door IP-vrije specificaties op de lange termijn." Het FSFE: "Overheden kunnen vaak niet vrijelijk kiezen voor IT-oplossingen door lock-in effecten die voortkomen uit het gebruik van eigendomsbeschermde programma's en bestandsformaten. Twee recente voorbeelden van verplichte (en dure!) binding van overheden aan softwareverkopers zijn die van de Britse gemeente Brighton en het Zwitserse kanton Solothurn. Software standaards die zonder beperkingen kunnen worden toegepast laten daarentegen toe dat er onderlinge gevensoverdracht is met vele andere concurrerende toepassingen. Dat zorgt voor het tegengaan van monopoliewinsten door enkele grote spelers ten gunste van een levendige, innovatieve markt op basis van heftige concurrentie, met beter oplossingen en lagere prijzen als resultaat.
8. Aanbevelingen van de FSFE aan de Commissie
Gezien het bovenstaande dringt de FSFE bij de Commissie aan op het bevorderen van interoperabiliteit en concurrentie op de Europese software markt in plaats van het verlenen van een extra hevel aan dominante bedrijven om de markt te beheersen. Daarom moet de Commissie geen steun verlenen aan het verzoek om een op (F)RAND gebaseerd licentie-beleid toe te passen op software standaards. De Commissie moet juist de aanbeveling handhaven waarin specificaties alleen als 'open' worden beschouwd als ze kunnen worden toegepast en gedeeld onder verschillende software licentiemodellen, waaronder die van Gnu GPL. Het FSFE dringt bij de Commissie ook aan op het opnemen in de EIF van een krachtige aanbeveling aan openbare instellingen om gebruik te maken van de voordelen van software gebaseerd op Open Standaards gezien de keuzevrijheid, concurrentie, vrijheid van 'lock-in' en lange termijn-toegang tot gegevens.
Noten: |