| Nederlandse watervoetafdruk en het Europees handelsbeleid |
|
|
|
| maandag, 22 maart 2010 23:15 |
|
Volgens het Wereld Natuur Fonds is de watervoetafdruk van de Nederlander erg groot (met name door het vele geïmporteerde voedsel). Het WNF adviseert producenten en importeurs via maatschappelijk verantwoorde maatregelen het eigen waterverbruik te reduceren, en vraagt de Nederlandse overheid duurzame waterbeheer-kennis te exporteren. Onderwijl oefent de Europese Commissie via vrijhandelsverdragen druk uit op ontwikkelingslanden om publieke waterdiensten te privatiseren. En dat leidt tot steeds minder veilig en betaalbaar drinkwater voor de arme bevolking.
Volgens het WNF zijn de watertekorten, de te lage grondwaterstanden of verzilting enkele van de gevolgen van gebrekkig waterbeheer in deze landen. De organisatie vindt dat bedrijven - in het kader van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen - invloed moeten uitoefenen op het waterbeheer in de landen waar hun producten vandaan komen. In het WNF-rapport 'De Watervoetafdruk van Nederland' is een overzicht opgenomen van de mogelijkheden voor producenten en importeurs om hun watergebruik efficiënter te maken en om bij te dragen aan een verbeterd, duurzaam waterbeheer ter plekke. De adviezen lopen uiteen van het gebruik een (gestandaardiseerde) meetmethode voor de watervoetafdruk, via efficiëntere irrigatie-technieken, tot opleidingstrajecten voor bijvoorbeeld rijstboeren. Van de Nederlandse overheid vraagt het WNF om de kennis op het gebied van duurzaam waterbeheer te exporteren, aangezien er voor de helft van de belangrijke internationale zoetwatergebieden nog geen afspraken bestaan over het beheer tussen de verschillende landen.
In het algemeen leidt het (grote) waterverbruik voor de productie van levensmiddelen en andere goederen in ontwikkelingslanden tot grote druk op de grond- en oppervlaktewatervoorraden ter plekke. Dit beperkt de hoeveelheid (veilig en betaalbaar) drinkwater die beschikbaar is voor de bevolking. De situatie wordt verergerd door de druk die internationale instellingen als Wereldbank en IMF uitoefenen op de regeringen van ontwikkelingslanden om hun drinkwatervoorzieningen te liberaliseren en te privatiseren ten gunste van buitenlandse investeerders. Zulk beleid zorgt weliswaar voor zeer lage waterprijzen voor de (buitenlandse) productiebedrijven (en dus lagere prijzen voor onze consumptiegoederen) maar ook voor vaak drastische prijsverhogingen of voor afsluitingen voor de arme bevolking in ontwikkelingslanden. Er is veel kritiek op deze wantoestand, onder meer van de kant van het Reclaiming Public Water network (PRW). Van 1 tot 3 februari kwamen zo'n 80 activisten, vakbondsleden en beheerders van publieke drinkwaterbedrijven in Brussel bijeen voor een PRW-conferentie [2] over publiek drinkwaterbeheer als voorbereiding op het Wereld Water Forum (16 - 22 maart in Istanbul [3]). Regionale verslagen uit Azië, Afrika en Latijnsamerika bevestigden het scheve beeld, maar gelukkig zijn er de laatste 5 jaar steeds meer regeringen (met name in Latijnsamerika) die initiatieven namen om bestaande privatiseringen ongedaan te maken en te vervangen door ander, progressief beleid voor publiek waterbeheer. Vaak is daarbij uitgegaan van het 'publiek-publiek partnerschap'-model (PuP's) dat al geruime tijd door het Netwerk wordt gepromoot. Ook onder de ontwikkelingshulpfondsen uit het noorden is steeds meer aandacht voor het alternatief van het publiek-publiek partnerschap [4].
Toch dreigt ook die ontwikkeling aangetast te worden door de Europese Unie. Niet alleen de Wereldbank en IMF misbruiken hun positie; hetzelfde geldt voor de EU (en de VS). In een rapport van Corporate Europe Observatory uit 2009 [5] kwam naar voren dat de EU tijdens besprekingen over vrijhandelsakkoorden druk uitoefent op ontwikkelingslanden om hun waterdiensten te privatiseren en om daarin bepalingen op te nemen om privatiseringen onherroepbaar te maken [6]. Zo ondermijnt de EU water als een basisrecht. Tijdens het Wereld Water Forum heeft een blok landen onder aanvoering van Uruguay ingezet op het verkrijgen van een Ministeriele Verklaring voor het Recht op Water [7] en op de uitsluiting van water als onderwerp bij vrijhandelsakkoorden. Verder eisen ze dat het Wereld Water Forum onderdeel wordt van de VN. Ze worden hierin ondersteund door een wereldwijde coalitie van maatschappelijke organisaties. Ze vinden echter met name de EU en de VS die het Wereld Water Forum willen behouden als lobby-instrument voor de multinationale ondernemingen, als belangrijke tegenstander op hun weg....
|